Familiebedrijven maken vuist

Familiebedrijven maken vuist

Familiebedrijven maken vuist

HENGELO

Het Hengelose bedrijf Klein Poelhuis en het Oldenzaalse bedrijf Siers zijn geen onbekenden voor elkaar. Bij de aanleg van elektrische installaties inclusief het hoogspanningsdeel overal in het land werken ze veelal samen. En dat bevalt heel goed. Dat ze in de vorig jaar opgerichte vennootschap Privatis nu ook formeel samenwerken, is dan ook geen toeval. Samen staan ze sterker, kunnen ze efficiënter en goedkoper werken en gunstiger offreren richting de klant. Uiteindelijk is daarmee behoud van werkgelegenheid gemoeid.

"Klein Poelhuis doet alle werkzaamheden boven de grond, Siers alle werkzaamheden onder de grond", zegt Peter Telgenkamp. Hij, uit de bloedgroep Siers, is directeur van Privatis, samen met Harrie Westerik die uit het bedrijf Klein Poelhuis afkomstig is. Ze doen alles op basis van gelijkwaardighid. Telgenkamp: "Daar hebben we een protocol voor. Kleinere dingen kunnen we zelfstandig afhandelen. Grotere besluiten nemen we op directieniveau. Dat betekent elkaar overtuigen en proberen elkaar te vinden."

Privatis richt zich grofweg op dat deel van de energievoorziening tussen de hoogspanningsmast en de aansluiting in woningen en bedrijven. Daarbij gaat het vaak om grote vermogens en voltages. "Hoogspanning is het gevaarlijkste deel van de technische installatie. Als er iets misgaat, zijn de gevolgen groot. Dan praat je niet meer over even een pleistertje plakken....", stelt Telgenkamp.

Trafohuisjes, schakelinrichtingen in allerlei soorten en maten en dikkere en dunnere bekabeling onder en boven de grond, daar komt veel bij kijken. Siers en Klein Poelhuis hebben een groot aantal technisch specialisten in dienst. Dat kan ook niet anders.

Harrie Westerik zegt het met overtuiging: "Werken met hoogspanning doe je er niet zo maar even bij. Dan heb je koele kikkers nodig. Er zijn weinig bedrijven actief in de aanleg en het onderhoud van hoogspanningsinstallaties. Een onderneming met als kernactiviteit infrastructuur en installatietechniek binnen de energievoorziening maakt een bedrijf als Privatis in onze ogen bijzonder."

In het opstartjaar was de omzet van Privatis nog marginaal. "Pakweg een ton. Niet veel", zegt Westerik. Klanten zijn bijvoorbeeld Urenco en Nijverdal Ten Cate. "We richten ons nu nog vooral op 24 uurs en zeven dagen in de week onderhoud en aanpassingen van elektrische systemen."

Als Privatis zijn werk niet goed zou doen, ontstaan er grote problemen. Telgenkamp: "Stel je voor dat Urenco stilvalt, of dat het ziekenhuis een dag in het donker zit. Als het goed is, merkt de klant niks van ons werk. Dan doen wij ons werk zoals het moet." Harrie Westerik knikt instemmend: "Hoe minder er over ons wordt gepraat, hoe beter wij ons werk hebben gedaan. Als mensen over ons zwijgen, beschouw ik dat als een compliment."

Bedoeling is de klantenkring en de omzet komende jaren verder uit te bouwen. Westerik: "We hebben bewust gezegd dat we rustig beginnen. Het moet om extra omzet gaan. Daar is onze focus op gericht. Dus geen kannibalisme ten opzichte van de moederbedrijven, want dan zouden we er niets mee opschieten." Telgenkamp: "We hebben niet echt een stip aan de horizon, waar we over een aantal jaren moeten staan met Privatis. Geleidelijk aan willen we de markt verder op en dan vooral met een projectmatige aanpak. Daarvoor brengen we mensen in uit beide moederbedrijven."

Techniek op niveau, twee weten méér dan één, daarmee wil Privatis klanten aan zich binden komende jaren. Telgenkamp: "De vraag is natuurlijk hoeveel klanten uiteindelijk naar ons toe komen. Wij hopen op een vliegwiel-effect. Ook collega-bedrijven die een project niet aankunnen, zien wij als klanten."

Privatis is fysiek niet zichtbaar. Vanuit de bestaande bedrijven van Siers en Klein Poelhius worden zaken gedaan. "Geen eigen kantoor, om de kosten zo laag mogelijk te houden", zegt Westerik. (© Tubantia | Gerard Smink)

Terug naar nieuwsoverzicht